STRIPJOURNALISTIEK.nl

THEORETISCH

Wat zijn de wetmatigheden van de getekende reportage? Waarom beelden stripmakers zichzelf af in hun documentaires? En het zit het met de feitelijke onderbouwing?

Duitse grondigheid

Inventarisatie stripjournalistiek
De Duitse journalist Lukas Plank werkt aan een uitgebreide inventarisatie van titels uit stripjournalistiek hoek. "Die folgende Liste wird ständig aktualisiert, hat aber keinen Anspruch auf Vollständigkeit." Wie het Duits niet machtig is, kan de overpeinzingen van Plank ook volgen in het Engels: http://comicsjournalism.tumblr.com. Zijn niet-complete maar wel heel lange lijst vind je op http://lukasplank.com/2013/06/04/sammlung-journalistischer-comics-online-de-und-en/

Lijnen in het zand

De getekende journalistiek rukt op
In een grijs verleden bestonden er stripfiguren die als razende reporter over de wereld reisden, zoals Kuifje, of die met hun bloknootje achter het nieuws aanhobbelden, zoals de rattige Argus van Marten Toonder: 'Het geeft niet wat je schrijft, als je maar schrijft'. Maar in de 21ste eeuw is de striptekenaar zelf verslaggever geworden, chroniqueur, ooggetuige-met-potlood, embedded artist. En daar kan hij goeie sier mee maken. Twee jaar terug won Guy Delisle op het prestigieuze stripfestival van Angoulême de prijs voor het allerbeste boek van het jaar, getiteld 'Jeruzalem'. Het is een nauwgezet verslag in 334 bladzijden van de tijd die hij doorbracht in Israël, om precies te zijn: in de wijk Beit Hanina, als echtgenoot van een vrouw die werkt voor Artsen Zonder Grenzen. Dankzij haar heeft hij wonderlijke plekken bezocht en daar prachtige boeken over getekend, zoals 'Pyongyang' en 'Birma', die de lezer kennis laten maken met de levensomstandigheden van mensen in 'moeilijke' landen. Delisle is zo'n scherpe observator en ervaren verteller dat hij ondanks zijn minimalistische stijl een zeer realistisch beeld weet te geven van zijn verblijfplaats. Bijvoorbeeld van het doolhof dat Israël heet, waar je kruip-door, sluip-door van de ene controlepost naar de andere trekt, door orthodox-joodse, Palestijnse, Armeense, Samaritaanse of gekoloniseerde wijken, langs De Muur, door de woestijn en heel vaak in de file. Als je het boek uit hebt, en daar ben je heel wat uurtjes mee zoet, voelt het alsof je de leerzaamste vakantie ooit hebt beleefd.

Sacco pionier
Maar Delisle is niet de enige die een stripverslag maakte van zijn bezoek aan Het Beloofde Land. Begin jaren negentig brak Joe Sacco door met zijn tweedelige boek 'Palestine' waarin hij een schrijnend portret gaf van het leven in de Palestijnse gebieden. In het vorige decennium stuurde Time Magazine hem als reporter naar Hebron en in 2009 volgde 'Footnotes in Gaza: A Graphic Novel', waarmee hij opnieuw zijn betrokkenheid met de Palestijnen toonde. Sacco werd er als stripjournalist beroemd mee. En er is meer. Verleden jaar verscheen een Nederlandse vertaling van 'How to Understand Israel in 60 Days or Less', een getekend dagboek van de Amerikaanse stripmaakster Sarah Glidden die met een beurs van de organisatie Taglit-Birthright naar Israël reisde. 'Jouw avontuur, jouw geboorterecht, ons geschenk', luidt de slogan van de organisatie die jongeren met een Joodse afkomst kennis wil laten maken met Israël. Om te worden gehersenspoeld, dacht Sarah Glidden, die zichzelf in het boek opvoert als kritische buitenstaander en samen met de lezer een tocht maakt langs de Golan-Hoogte, de Negev, Tel Aviv, Jeruzalem en Masada. Zolang de jongeren bezig zijn met de Taglit-tour, moeten ze bij de groep blijven en zijn eigen uitstapjes verboden. Daarna mogen ze vrij reizen. In Jeruzalem besluit Sarah de Joodse wijk te verlaten en door te lopen naar het islamitische deel, ondanks waarschuwingen om dat vooral niet te doen. 'Gevaarlijk m'n reet. Het wemelt van de toeristen!' Maar voorbij de Tempelberg wordt het toch wel een beetje eng. 'Schelden die Palestijnse jongens ons uit of spelen ze gewoon?' Sarah heeft opeens heimwee naar een gezellig café in Jeruzalem 'om over botsende culturen te praten' in plaats van erin rond te wandelen.

Israel for dummies
Sarah Glidden schreef geen 'Israel for dummies' maar een cursus Conflicten Begrijpen voor Gevorderden. Door haar twijfels te uiten en ons mee te nemen op haar tocht, maakt ze aannemelijk dat je genuanceerd kunt kijken naar het Siamese geworstel van Israël-Palestina en dat het vellen van een eenduidig oordeel verdomd lastig is. Haar boek is journalistiek, zoals de boeken van Delisle en Sacco dat zijn: geen snelle journalistiek à la Connie Mus die met een microfoon op het dak uitleg gaf over de bommen die je achter hem zag inslaan, geen journalistiek van de ochtendkrant die je koppensnellend en koffieleutend consumeert, maar een meer bezonken soort verslaggeving waarin je meeloopt, meekijkt en meedenkt met Guy, Joe en Sarah terwijl ze zich in de loop van weken of zelfs maanden een mening proberen te vormen over de conflicten om hen heen op basis van de informatie die ze verzamelen: feiten, emoties, gezichten, landschappen. Een journalistiek van voortschrijdend inzicht, al was het maar omdat de tekenaar er veel tijd in moet stoppen om van zijn of haar schetsen en notities een samenhangend boek te maken.

Definities...
Het genre is inmiddels zo ingeburgerd dat de AVRO er in juli 2011 een documentaire over uitzond onder de titel 'Strips gaan de strijd aan'. Naar aanleiding daarvan verscheen op de website van De Nieuwe Reporter, gewijd aan het debat over de toekomst van de Nederlandse journalistiek, de volgende tekst: "Strips staan in bijna elke krant: FC Knudde, Fokke en Sukke, Sigmund en noem maar op. Dat wil nog niet zeggen dat deze strips journalistiek zijn, hoewel ze het nieuws becommentariëren en de actualiteit op de hak nemen. Van een heel andere orde zijn strips die daadwerkelijk verslag doen van wereldschokkende gebeurtenissen. Dit journalistieke genre lijkt de afgelopen jaren aan een kleine opmars bezig. 9/11, de revolutie in Iran, Auschwitz, de oorlogen in Irak en Afghanistan; over al deze gebeurtenissen zijn inmiddels stripverhalen verschenen." Hier dient zich een probleem aan, want allerlei stripboeken die niets met journalistiek te maken hebben, worden opeens toch onder die noemer geplaatst. In de genoemde documentaire wordt bijvoorbeeld aandacht besteed aan de klassiekers ‘Persepolis’ van Marjane Satrapi en ‘Barefoot Gen’ van Keji Nakazawa: het eerste gaat over de Islamitische Revolutie van 1979 in Iran en het tweede gaat over de atoombom op Hiroshima in 1945. Beide boeken zijn historische egodocumenten, getekende memoires boordevol details van geschiedkundig belang, maar dat maakt ze nog niet tot journalistieke producten. 'Maus' van Art Spiegelman verwierf wereldfaam als grafische roman over de gevolgen van Auschwitz, en De Nieuwe Reporter refereert hieraan als voorbeeld van de journalistieke strip. Maar Spiegelman was bij het realiseren van dit magnum opus met heel andere dingen bezig. Hij wilde onderzoeken wat Vladek, zijn vader, in de oorlog had meegemaakt en wat hij daarover durfde te vertellen. En hij wilde onderzoeken hoe je dat persoonlijke en pijnlijke relaas als stripmaker vorm moet geven. Het resultaat is een literair meesterwerk - en dat is iets anders dan een getekende registratie en interpretatie van gebeurtenissen.

Brom & Vlieg
In Nederland zijn er nog weinig tekenaars die zich wagen op het pad van de journalistieke strip. Milan Hulsing publiceerde eind december een getekende reportage van de gebeurtenissen op het Tahrir-plein in Caïro in de special 'ZZZZZZZ – de laatste graphic novel' van het Vlaamse literair tijdschrift De Dietsche Warande & Belfort. En Maaike Hartjes schreef en tekende met haar partner Mark Hendriks het humoristische reisverslag 'Hong Kong Dagboek', dat door Oog & Blik als boek is uitgegeven. Zo zijn er hier en daar wel voorbeelden te vinden, maar erg vruchtbaar is het genre in Nederland niet. Misschien moeten de kranten vaker opdracht geven tot het maken van reportages, zoals de tekenaars van het collectief Lamelos op verzoek van NRC.next een geestig beeldverslag tekenden van hun bezoek aan St. Petersburg in 2008.

Sandra de Haan levert aan de vaderlandse stripjournalistiek een originele bijdrage via haar figuren Brom & Vlieg. Sinds enkele jaren maakt ze voor de website van het IFFR (het Internationaal Filmfestival Rotterdam) gagstrips die een directe relatie hebben met de programmering van het festival, met in de hoofdrollen twee echte persmuskieten. Nou ja, het zijn vliegen en geen muggen, maar ze gaan wel gekleed als klassieke reporter. Misschien kunnen Brom & Vlieg voor de editie van 2013 cineasten en acteurs interviewen, zodat ze niet alleen grappige 'cartoonverslaggevers' zijn, maar ook inhoudelijke.

Feit of fictie?
Een interessante hybride - deels graphic novel, deels journalistieke strip - is het enkele jaren terug verschenen 'Van Bagdad tot Istanbul', een project van schrijver Arnon Grunberg en tekenaar Hanco Kolk. Eerst maakte de schrijver zijn reis door het Midden-Oosten, waarbij hij aantekeningen maakte, blogteksten produceerde en stukken schreef voor NRC Handelsblad. De tekenaar was vooraf ingeseind over de route en gaf een meereizende fotograaf opdracht beelden te schieten van allerlei zaken die later - bij het tekenen - van pas konden komen. Tegen stripjournalist Michael Minneboo zei Kolk: ‘De tekst is eigenlijk heel fragmentarisch en bestaat uit een reeks ontmoetingen bijeengehouden door een route. Ik wist eerst ook niet wat ik ermee moest. Er zat geen dramatische lijn in, dus die heb ik er zelf ingestopt. Ik heb de teksten als uitgangspunt genomen en daar fragmenten uit gebruikt, en daar een ander verhaal onder gelegd. Een rode draad die alles bij elkaar houdt en een mooie spanningsboog heeft.’ Je kunt dit een afgeleide vorm van stripjournalistiek noemen, die in lichte mate is gefictionaliseerd maar toch trouw blijft aan de oorspronkelijke berichtgeving.

Een deel van dit artikel verscheen eerder in Villamedia Magazine, mei 2012. Illustratie: Josh Neufeld.

Comics & Journalism – Witnessing the world with pen & paper

Reportage Drawing, Graphic Journalism, Observational Cartooning and Documentary Illustration: all these terms are used to describe journalistic projects where the comic or graphic artist acts as reporter. Each of these names refers to specific angles and techniques, but what they have in common is their (relative) simplicity: the world reduced to lines on paper. Before the invention of photography illustrations were quite common in the printed press –  early in the 17th century woodprints were reproduced in the Belgian newspaper Nieuwen Tijdinghen, and Harper’s Magazine refined the art of illustration in the 19th century – but later on they became obsolete; only the editorial cartoon remained in fashion. In the nineties of the last century however the drawing returned to the press, when the American artist & journalist Joe Sacco invented a new genre and started to publish comics about the viEppo Doeve: the Beatles in Holland, 1964ctims of the Palestinian and Bosnian war zones. Today he is an internationally acclaimed reporter with followers in many countries, but Sacco could not have developed this journalistic genre without the help of Art Spiegelman, who had the courage to use the comics format for a dramatic narration about the Holocaust and it’s rare survivors. It was his two volumed ‘Maus’ that proved to the world that combining a light hearted idiom with a serious content is perfectly possible. Amongst his offspring we now find people like Jérémie Dres, a French artist who explored the roots of his Jewish family in Poland, and digested his experiences in the graphic reportage ‘We won’t see Auschwitz’ (2011). Dres shows that journalism, literature and comic art have been enriched by a new form of storytelling that contains both visual sophistication and factual depth.

Considering the specific qualities and idiosyncrasies of the genre (if we can call it thus, because it’s manifestations are manifold), there are a number of issues to be addressed, concerning a) the eye of the beholder, b) the use of metaphor, and c) the relevance of objectivity and subjectivity. One of the main characteristics of the drawn documentary is the role of the artist as a personage in the story itself. Sacco cum suis – Chapatte in Switzerland, Guy Delisle in Canada, Jeroen Janssen in Belgium – make a habit of placing themselves inside the historical scene they are portraying, which is actually a form of falsification and fabulation as it is physically impossible to observe yourself from the outside. A fictional representation of the journalist is added to the factual environment, with a double purpose: to make clear that the artist was really there (the wall of Jerusalem, the Occupy-camp in Oklahoma, the slums of Rio) and to provide the reader with a point of identification. The graphic journalist guides the reader through the scenery and shows him where to look and listen. He is the beholder, but his eyes are not fixed in one place: when you study the pages where Guy Delisle walks through the orthodox neighbourhood of Jerusalem, you discover that his eyes are everywhere, in the sky above the city, right behind Jews in their black coats heading for the synagogue, or right behind his own back when he has conjured himself into the narrative.

This recipe is not used by every graphic journalist, however. Someone like Olivier Kugler from Germany leaves himself out of the story and presents the reader with a rich tableau of the places he has visited, combining bits of dialogue that float across the printed page with multilayered drawings that invite the reader to take a close (closer, come closer!) look at his reportage. In order to make a coherent thing of it all, the reader absolutely needs some synthesizing capacities. Kuglers style is poetic and impressionistic, where Sacco’s version is descriptive and sometimes expressionistic, especially where he uses extreme kinds of typography to mirror the atmosphere (drunken people in a nightclub).

A comic artist is something like a wizzard: with his pencils, talent and imagination he can conjure up anything he likes, without having to finance expensive engineers for computed generated imaging. Interestingly, this cheap opportunity to visualize things that do not really exist is also useful for graphic journalism. For example, Nathan Huang composed an episode for the series ‘Cartoline da…’ in the Italian magazine Internazionale. His short piece is about the unbearable traffic of Los Angeles, which made him move to New York; he prefers the smells and rudeness of the subway to the imprisonment of the traffic jams and conveys this by replacing – in his comic – the fuming automobiles by iron cages and freeing himself from one of these cages, after which he happily steps down to the underground train. All this happens within the span of four panels! In a written or filmed piece of journalism this kind of metaphor would be much more difficult to use. Mazen Kerbaj, drawing and describing his agonies during the short war between Israel and his Lebanon in 2006, included a page on which the artist is having a conversation with his brain (!), that is lying on the table before him. With this brain he discusses whether the war is finally over or not at all, so Kerbaj externalizes a internal process that would otherwise not have been visible to the reader. Apart from inventing a new variety of the monologue intérieure, Kerbaj also introduces a sense of humour into his war-journalism, a little souvenir from the days that comics were only comical.

Graphic journalism is slow journalism, as I have written earlier (in the Dutch newspaper De Volkskrant). Citizen journalism on the other hand, working with mobile phones and the social media, works with the speed of light. The effects of these two new means of reporting are absolute contrasts. Anyone choosing ink and paper as tools for eternalizing newsworthy developments, must be acutely aware of the slowness of his medium, because the sketches must first be reworked into readable comic strips, with text and data added in order to produce something that deserves to be called reportage drawing. That this takes time is an advantage, however, because it forces the artist to rethink the things he has witnessed, to refine his judgement and to select only the strongest and most relevant images. The slow journalist filters the news and his work is inherently subjective. In the preface of his anthology ‘Journalism’, teasingly called ‘A Manifesto Anyone?’, Sacco writes the following: “Aren’t drawings by their very nature subjective? The answer to this last question is yes…” And he adds: “The comics medium is adamant and forces me to make choices. In my vision that is part of the message.”

For many graphic journalists the famous neutrality of the conventional reporter, his objectivity, is not something to strive for at all. In 1947 Jean-Paul Sartre published his book Qu’est-ce que la literature? in which he proclaims that passivity is equivalent to activity and that a socially responsible writer must address the major events of the era. That is precisely what graphic journalists do; Sara Glidden in Syria, Susie Cagle in the United States and Victoria Lomasko in Russia are activists, as well as artists. They want to share with us what they saw, but also what they felt, theirengagement must convince and inspire us to take action or, at least, to shed our indifference. In her book ‘How to Understand Israel in 60 Days or Less’ Glidden included a drawing of herself crying hot tears after witnessing too many emotionally charged scenes. A journalist showing her distress: that is an impressive sight in itself.

Underneath this subjectivity in the drawn reportage lies a firm fundament of proof and evidence, as there must be, because without it we would be dealing with mere pieces of propaganda. “A growing number of artists and writers are creating reported, researched, factual work these days,” Rob Walker wrote in The New York Times. But how is this factual work represented? The most frequently used tool is the map, which is an abstract representation of the area portrayed: Ted Rall shows a map of Afghanistan, Gihén ben Mahmoud shows a map of he Arab Spring, Cagle shows a map of American states where medicinal marihuana is available. The artists draw these maps in their own signature-style, in their own handwriting you could say, appropriating the alien thing to fit into their habitat. Another tool that bridges the span between objectivity and subjectivity is the photographic image, that artists use in many different ways. Chapatte for example often begins his reportage with a photographic portrait of an interviewee and then softens this image into a drawing. He says: if you see a photo of a child dying in Gaza, you can hardly look at it, because the image is too confronting. But if you make a drawing of the same situation, the viewer is able to watch closer and get a better understanding. In the three volumes of ‘The photographer’ by Lemercier, Lefèvre and Guibert, about life in the mountainous areas of Afghanistan, photographic and drawn images are juxtaposed: the photos shows things as they were, the drawings express how the people felt and what they thought. Description and interpretation stand side by side and the reader is invited to integrate the best of both worlds.

Other examples of documentation in graphic journalism can be: the echography shown in Marisa Acocella Marchetto’s book ‘Chemogirl’ that is evidence of her cancer, the Facebook-pages reprinted in Josh Neufeld’s reportage ‘Bahrain: Lines in Ink,  Lines in the Sand’, or the official license for biological farming (no. 3942/1998) depicted in Ėtienne Davodeau’s ‘Rural! – Chronique d’une collision politique’. In all these instances the journalistic solidity of the story is based on retracable sources: if you don’t believe it at first sight, you can check it for yourself.

Reknown newspapers and magazines like Time, Folha de Sāo Paolo, Internazionale, Süddeutsche Zeitung, De Morgen, XXI and The Guardian send comics artists as eye witnesses to hot spots, after which they share their impressions with us, readers and onlookers, in the form of lines on paper. Or lines on screen, because last year the tablet magazine Symbolia was launched in the US, specialized in illustrated journalism for the iPad. Chief editor Erin Polgreen says that comics bring whimsy and curiosity to journalism: “I want the news to be more beautiful.”  From both the Netherlands and the US an important online platform for comics journalism and political cartooning is being hosted, called The Cartoon Movement, that collects more than sixty graphic documentaries. One of the most extreme examples of what is possible in the digital range, is Dan Archers interactive comic ‘The Nisoor Square Shootings’, about the killing of 17 Iraqi civilians in 2007 by a Blackwater convoy. Not only does Archer recount the tragedy in a series of comic panels, but these are linked to an animation of the convoy vehicles as they move over a photographic image of Nisoor Square. Click and shiver. Here, several means of expression & information are integrated into one piece of art. Take a peek at www.cartoonmovement.com.

Joost Pollmann lectured on graphic journalism on the 28 may 2013 at the Staatliche Akademie der Bildenden Künste in Stuttgart: ‘Witnessing the world with pen and paper’.

Illustration: the Dutch cartoonist Eppo Doeve made many drawn reportages in the sixties. Here he reported about the Beatles in Holland, 1964.

See also: http://meltonpriorinstitut.org/pages/textarchive.php5