STRIPJOURNALISTIEK.nl

BUITENLANDS

The Guardian, Süddeutsche Zeitung, De Morgen, Internazionale en XXI zijn kwaliteitskranten en - tijdschriften die regelmatig tekenaars gebruiken voor visuele verslaggeving. Hier houden we actuele publicaties bij.

Uitzichtloos


Een briljante documentaire van de SercoAustralische tekenaar Sam Wallman over het bedrijf Serco, dat (onder meer) asielzoekerscentra opzet. Verteld vanuit het perspectief van een bewaker, die overspannen raakt door de uitzichtloosheid van de immigranten.

Kijk op http://serco-story.theglobalmail.org  

SPACE!

Black Holes! Martian Canals! Astronauts! And much, much more.
Het Amerikaanse tijdschrift Symbolia, geheel gewijd aan stripjournalistiek en gemaakt voor iPad en PDF, bestaat een jaar. Dat wordt gevierd met een special over astronomie en ruimtevaart, maar interessanter is misschien nog wel het feministische gehalte van dit nummer. Symbolia is opgericht door de zelfverklaarde übernerds Erin Polgreen & Joyce Rice, wiskundemeisjes die hun project laten financieren door onder meer de International Women’s Media Foundation. Aan het ruimtenummer hebben vrijwel alleen vrouwelijke tekenaars en auteurs meegewerkt: Roxanne Palmer, Kat Leyh, Kyria Abrahams, Ren Coldwell, Mackenzie Haley en Madeleine Johnson. Jed McGowan, met zijn verhaal over kanalen op Mars, is de uitzondering. Het langste verhaal in Space! maakt deel uit van het Stanford Graphic Novel Project, een langlopend universitair project. Binnen dit thema tekenden de studenten het verhaal A Place Among the Stars over de Mercury 13, een weinig bekend en onvoltooid programma om vrouwen op te leiden tot Amerikaanse astronauten.
Kijk op www.symboliamag.com: voor 9 euro koop je een jaarabonnement.

Joe Sacco en De Correspondent

Reportage over migranten op Malta

´Honderd gortdroge VN-rapporten begrijpen door één strip´. Zo wordt op de website Decorrespondent.nl een getekende reportage ingeleid van Joe Sacco, die van oorsprong Maltees is en in The Virginia Quarterly Review een tweeedelig verhaal publiceerde over het asielzoekersprobleem langs de Europese buitengrenzen.

Correspondent Karel Smouter leidt de stripreportage in aan de hand van uitspraken van Joe Sacco zelf:

'Ik dacht dat er geen betere plaats zou zijn om verslag te doen van Afrikaanse migratie naar Europa dan mijn eigen geboorteplaats: Malta. Als geboren Maltees stelde ik me zo voor dat de lokale bevolking minder terughoudend zou zijn om hun gevoelens met mij te delen over de Afrikanen die op hun eiland aankwamen. Malta is bovendien maar een klein landje, één van die plaatsen waar je gemakkelijk een afspraak kan maken met de ministers en ambtenaren die de belangrijkste architecten van het beleid zijn. Ten slotte mocht ook het perspectief van de Afrikaanse migranten niet ontbreken. Zij waren goed benaderbaar in de kampen en centra waar ze leven en op de straten waar ze naar werk zochten.' Sacco legt vervolgens uit hoe hij te werk gegaan is. 'Hoewel mijn sympathie duidelijk ligt bij de migranten, die enorme ontberingen hebben moeten doorstaan om op een eiland te geraken dat hun zo slecht welkom heet, vond ik het absoluut noodzakelijk om de angsten en aarzelingen van de Maltezen serieus te nemen. Ik vrees dat maar weinig mensen zijn voorbereid op de uitdaging om ineens zulke grote stromen 'outsiders' op te nemen. Mijn eigen landgenoten zijn niet beter of slechter dan wie dan ook.'

Smouter: "We hebben ervoor gekozen de strip in zijn geheel en in de originele taal (Engels) te publiceren. Sacco neemt ons mee naar zijn geboortegrond en leidt ons rond langs alle plekken die van belang zijn voor migranten op Malta. Neem wel een uur de tijd voor deze rondleiding, die 47 pagina's beslaat. Sacco zal je niet teleurstellen."

Kijk op https://decorrespondent.nl/482/honderd-gortdroge-vn-rapporten-begrijpen-door-n-strip-/35825614-b40e6761

De Gierenclub

Schrijvend en filmend bij elk bloedbad

Wie regelmatig naar Pauw & Witteman kijkt of, nog beter, naar de Vlaamse tv-zender Canvas, weet wie Rudi Vranckx is: de belangrijkste oorlogsjournalist van België. In 2012 werd zijn driedelige documentaire-reeks De Revolutieroute uitgezonden, waarin hij een reconstructie maakte van wat ooit de Arabische Lente werd genoemd. De Gierenclub

Die exercitie herhaalt hij nu in een heel ander genre, namelijk dat van het beeldverhaal: ‘De Gierenclub’. Samen met tekenaar Caryl Strzelecki, die eerder naam maakte met een getekend boek over het getto van Warschau, trekt hij opnieuw naar de brandhaarden van Tunesië, Egypte, Libië en Syrië om de balans op te maken van wat hij in dit verscheurde deel van de wereld heeft gezien en wat dit met hemzelf heeft gedaan.

Gek genoeg heeft de uitgever (De Bezige Bij Antwerpen) op het omslag de genre-aanduiding ‘striproman’ laten zetten, terwijl het boek met romankunst hoegenaamd niets te maken heeft. ‘De Gierenclub’ is wél een prachtig voorbeeld van stripjournalistiek, waarbij de tekenaar tegelijk regisseur en cameraman is. In veel journalistieke strips is de tekenaar ook nog eens de hoofdrolspeler – kijk naar Joe Sacco, Patrick Chapatte en Guy Delisle, drie kopstukken in dit genre – maar dat is hier anders. Strzelecki heeft Vranckx over zijn ervaringen geïnterviewd en vervolgens in korte hoofdstukken in beeld gebracht hoe de oorlogsverslaggever ‘s nachts naar verboden zones wordt gesmokkeld, hoe hij emotionerende gesprekken voert met een slachtoffer van een mislukte zelfverbranding of getuige is van de dood van een collega die sneuvelt door sluipschuttervuur. Tussen deze heftige scènes door zien we hoe de tekenaar vraaggesprekken houdt met de journalist: sobere pagina’s met talking heads, die te midden van al het geweld wat lucht geven. Deze interviews maken ‘De Gierenclub’ net weer anders dan ‘Van Istanbul naar Bagdad’ van Arnon Grunberg en Hanco Kolk uit 2010, waarin de tekenaar artikelen verbeeldt die eerder in kranten en blogs zijn gepubliceerd.

De titel van het boek is ontleend aan het macabere feit dat oorlogsjournalisten elkaar bij ieder bloedbad weer tegenkomen. In het voorwoord schrijft Vranckx: “De Gierenclub bestaat echt! Het is een losse groep van reporters die naar de oorlog trekken. Zoal het gieren betaamt, ontmoeten we elkaar waar bloed heeft gevloeid of ellende heerst. De Gierenclub is opgericht naar aanleiding van de dood van twee collega’s in Misurata in Libië, Tim Hetherington en Chris Hondros.” En Vranckx voegt eraan toe dat het boek eigenlijk is opgedragen aan al zijn gedode collega’s.

Achterin het boek zit een opmerkelijke reeks van achttien zwarte bladzijden, waarop de moord op Muammar Khadaffi nauwgezet in beeld wordt gebracht, met een vuil bloedrood als enige steunkleur. ‘In the name of democracy’ heet dit hoofdstuk, waarmee op sarcastische wijze wordt gezegd dat ook de smerigste dictator recht heeft op een proces.

Rudi Vranckx en Caryl Strzelecki, ‘De Gierenclub’, Uitgeverij De Bezige Bij Antwerpen, ISBN 9789085424796, € 24, 95.

P.S. Dit schreef Rudi Vranckx mij desgevraagd, voordat ik het artikel publiceerde in Villamedia Magazine:

“Het voorstel voor de striproman kwam van Caryl over een ander thema (Irak-boek van mij jaren geleden). Ik heb dan voorgesteld om de actualiteit te volgen waar ik de voorbije jaren intens mee bezig was. Daar waren we het allebei snel over eens. Opbouw, scenario en titel heb ik gekozen; de verhalen geselecteerd en Caryl beelden bezorgd om die te verstrippen. De moord op Kaddhafi heeft hij dan weer via internet bekeken omdat dat grote indruk op hem maakte. We hebben regelmatig samengezeten om dit te overlopen en te bespreken. De rode draad (de verteller- en tekenaar-karikatuur); daarvan heb ik de teksten in dialoogvorm uitgeschreven met suggestie van achtergrond en locatie. Regelmatig kwamen we samen om de platen te ordenen. En bij die gelegenheid bespraken we het vervolg. De tekenstijl, kleur en de essentie die hij uit de beelden haalde zijn volledig de verdienste van Caryl.